de PAH is druk bezig met het vernieuwen van de website. Hierdoor werken de links niet en kunt u alleen de homepagina bekijken met bepaalde lorem ipsum teksten. Onze excuses.
Mocht u vragen hebben kunt u contact opnemen met telefoonnummer 06 2003 93 93 Thea Verbeek of stuur een mail naar ofni.[antispam].@aangeborenhartafwijking.nl

 

De PAH is vóór en dóór kinderen, jongeren en volwassenen met een
aangeboren hartafwijking én hun ouders en zorgprofessionals

ASD

Atriumseptumdefect (ASD)

 

Bij alle kinderen is er voor de geboorte altijd een opening in het tussenschot tussen beide boezems. Deze natuurlijke ‘wegomlegging’ is nodig omdat de baby voor de geboorte niet zelf ademt. Het zuurstofrijke bloed komt dan via de navelstreng vanaf de placenta; er hoeft dan niet zoveel bloed naar de rechterkamer. Door de opening kan een deel van het bloed uitwijken naar de linkerboezem.

De opening in het boezemtussenschot heeft een ovale vorm en wordt het foramen ovale (het ovale venster) genoemd. Voor de opening zit een klepje, dat voor de geboorte openstaat. Na de geboorte sluit het klepje en groeit het in de loop van een paar maanden vast voor de opening.
Bij veel volwassenen is het nog gemakkelijk met een katheter te passeren, hoewel er geen bloed door stroomt.

 

Bij sommige kinderen is de opening groter dan nodig is. Dan is het klepje te klein om na de geboorte de opening af te sluiten. In dat geval spreken we van een atriumseptumdefect (atrium = boezem, septum = tussenschot, defect = ontbrekend deel). Meestal wordt de afkorting asd gebruikt.

Een defect in het centrale deel van het boezemtussenschot wordt ook wel aangegeven met een Romeinse 2. Men spreekt van een asd-II.

Door het gaatje kan bloed van de ene boezem naar de andere stromen. Na de geboorte is de druk in de linkerboezem hoger dan in de rechterboezem. Een deel van het zuurstofrijke bloed zal daardoor via het gat met het zuurstofarme bloed in de rechterboezem mee naar de rechterkamer stromen en vervolgens naar de longslagader. Dit komt vooral doordat de rechterkamer extra bloed gemakkelijker kan opnemen en wegpompen dan de linkerkamer. Via de longen stroomt het terug naar de linkerboezem om vervolgens via het gat opnieuw een rondje door de longen te maken zonder dat de zuurstof door het lichaam verbruikt wordt. Dit betekent extra werk voor het hart, met name voor de rechterboezem en -kamer. De rechterkamer compenseert voor het extra werk, door groter te worden, zodat per slag meer bloed kan worden weggepompt. Dit compensatiemechanisme werkt zo goed dat de kinderen over het algemeen klachtenvrij zijn, soms zelfs tientallen jaren lang.

Op de lange duur, krijgen rechterboezem en -kamer toch moeilijkheden met het continue overwerk. Gevolg hiervan is vervroegde slijtage van het hart, dat zich uit in verminderd inspanningsvermogen. Deze mensen kunnen hierdoor eventueel ritmestoornissen krijgen.
Om te voorkomen dat het hart op latere leeftijd problemen gaat geven, moeten de gaatjes op de kinderleeftijd dichtgemaakt worden. Meestal wordt het gedaan voor het kind naar school gaat, voor het vierde tot zesde jaar. Wanneer het gaatje op jonge leeftijd wordt dichtgemaakt, wordt na verloop van tijd (meestal een paar jaren) de rechterkamer weer kleiner.

 

 


 

© 2018 PAH | Disclaimer | Privacyverklaring